Open top menu
Monitor arbeidsmarkt 2016

Monitor arbeidsmarkt 2016

De arbeidsdeelname van MOE migranten is hoger dan die van andere migrantengroepen en is vergelijkbaar met dat van autochtonen. Het gemiddeld inkomen van MOE-migranten is echter  gedaald. Dat blijkt uit de nieuwste arbeidsmonitor van het ministerie van SZW.

Opleidingsniveau en taalvaardigheid MOE-migranten

Met uitzondering van de Turkse Bulgaren, zijn MOE-migranten over het algemeen vrij goed opgeleid. Turkse Bulgaren – de groep die overwegend naar Nederland migreert – zijn gemiddeld lager opgeleid dan de Bulgaren in Bulgarije zelf. De naar Nederland gemigreerde Polen en Roemenen zijn relatief goed opgeleid. Een recente steekproef onder in Nederland woonachtige Polen in de leeftijd 18-49 jaar en geregistreerd in het GBA na 1 januari 2004, laat zien dat ruim 72% van de onderzoekspopulatie een startkwalificatie heeft en dat een kwart van de Polen hoogopgeleid is. Van de recent geïmmigreerde Roemenen is 55% hoogopgeleid en heeft 26% een middelbaar opleidingsniveau. Van alle groepen MOE-migranten, zijn de Roemeense migranten het best opgeleid, zelfs hoger opgeleid dan autochtonen.
Veel MOE-migranten beheersen de Nederlandse taal aanvankelijk nog gebrekkig, maar hun taalvaardigheid verbetert naarmate ze hier langer verblijven. Een studie van het SCP onder Poolse en Bulgaarse migranten laat tussen 2011 en 2013 positieve ontwikkelingen in de taalbeheersing van deze migranten zien, ten opzichte van recente migranten uit Turkije (figuur 1.2.2b). Een verklaring is dat MOE-migranten waarschijnlijk meer contacten onderhouden met Nederlanders. Het aantal Roemenen dat Nederlands verstaat, is lager dan onder Polen en Bulgaren: minder dan een kwart beheerst de taal goed of zeer goed. In het dagelijks leven gebruiken zij het Nederlands nauwelijks. Positief is wel dat de meerderheid van de hoogopgeleide Roemeense migranten het Engels zeer goed beheerst en zich goed weet te redden op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Arbeidsdeelname van MOE-migranten

arbpart-kleinDe netto arbeidsparticipatie van MOE-migranten ligt hoger dan de arbeidsdeelname van migranten uit andere herkomstgroepen en ligt op een vergelijkbaar niveau met de arbeidsdeelname van autochtonen (figuur 1.2.2c). Dit hangt samen met het motief voor migratie. Migranten uit de nieuwe EU-landen zijn vooral voor arbeid naar Nederland gekomen. In 2015 werkte bijna twee derde van hen als werknemer.Binnen de groep MOE-migranten bestaan wel aanzienlijke verschillen in de arbeidsdeelname. De netto arbeidsparticipatie van Polen in de arbeidzame leeftijd (15–74 jaar) is met 71% zelfs hoger dan die van autochtonen in die leeftijdscategorie. Daarbij speelt een rol dat de hier woonachtige Polen relatief vaak arbeid als migratiemotief hebben en relatief jong zijn. Van de Bulgaren en Roemenen heeft ongeveer de helft werk, daarmee ligt de arbeidsdeelname lager dan bij de Polen. Een belangrijke verklarende factor hiervoor is dat Bulgaren en Roemenen tot 1 januari 2014 nog een tewerkstellingsvergunning nodig hadden om als werknemer aan de slag te gaan. Bij Bulgaren en Roemenen die al langer dan negen jaar in Nederland zijn ligt de netto arbeidsparticipatie op een vergelijkbaar niveau met de andere MOE-migranten.

Inkomenspositie MOE-migranten

Het gemiddeld inkomen van MOE-migranten is in de periode 2008 tot 2013 gedaald. De daling van het gemiddeld inkomen van zowel autochtonen als de verschillende migrantengroepen hangt samen met de economische crisis. Wel is de daling van het gemiddeld inkomen bij MOE-migranten relatief sterk (figuur 1.2.2d). Dit heeft te maken met de sterke groei van deze groep na 2007 door de immigratie van met name Poolse arbeidsmigranten. Zij werken relatief vaak als laagbetaalde uitzendkracht.23 Zowel Polen als Bulgaren zijn relatief vaak werkzaam aan de onderkant van de arbeidsmarkt, waarvoor traditioneel minder binnenlands aanbod beschikbaar is. Ondanks de economische crisis is de economische zelfstandigheid onder MOE-migranten sinds 2008 gestegen. Dit komt doordat de arbeidsdeelname, onder recente arbeidsmigranten uit deze landen relatief hoog is. Daardoor hebben recente MOE-migranten ook nauwelijks een bijstandsuitkering. Al neemt de bijstandsafhankelijkheid van deze groep wel toe met de verblijfsduur.

 

Download de monitor
Giovanni Massaro
Geschreven door Giovanni Massaro